De vergeten Friezen in Denemarken
Voorpagina > Dat zijn de Friezen > Gehate belastingen en landheren

Gehate belastingen en landheren

Als er iets was dat de Friezen haatten dan waren dat wel de belastingen. Ze haatten herenboeren en konden maar moeilijk inzien waarom ze belasting moesten betalen en beleefd moesten zijn tegen vreemde heren, aan wie ze volgens hen niets verschuldigd waren.

Er bestaat een verhaal over de eierkoning Peter Hansen, die rond 1700 leefde en die normaal "Lille Peer" (kleine Per) werd genoemd.

In de grote woeste duingebieden bij List op de noordpunt van Sylt bevonden zich een duizendtal vogels. De man die toezicht hield in dat gebied en het beschermde tegen eierdieven, werd in de volksmond "eierkoning" genoemd. In de lange periode dat Sleeswijk en Holstein met Zuid-Jutland en de rest van Denemarken waren verbonden, reikte de invloed van de rijke Holsteinse adel niet alleen tot Zuid-Jutland, maar ook tot Noord-Jutland en de eilanden.

Het ergste was, dat een deel van deze Holsteiners, die in hun eigen land aan lijfeigenschap gewend waren, deze methoden ook hier op dezelfde wijze probeerden toe te passen als in het gebied waar ze vandaan kwamen.

Chr. Ditlef Rantzau, een lid van de belangrijke en voorname familie Rantzau, bezat rond het jaar 1700 het graafschap Lvenholm bij Randers. Toen hij echter zijn boeren als lijfeigene behandelde en hen voor de ploeg en voor de wagen wilde spannen, werd het hen te erg en 18 boeren vluchtten.

Rantzau zette een achtervolging in, maar verloor uiteindelijk het spoor van de meesten. En van hen vervolgde hij helemaal tot vlak bij Hjer. Hij had hem bijna te pakken toen hij de man op de veerboot naar List, die net de haven verliet, zag vertrekken. De veerman wilde niet keren en schuimbekkend van woede, moest de graaf een andere boot zoeken die hem naar Sylt kon brengen.

Om 9 uur s avonds landde de boot aan de noordkant van List en de graaf sprong aan land. Hij ging snel het eiland op, maar zag niets anders dan duinen en ontwaarde geen enkel spoor van mensen. Toen hij een tijd onderweg was kreeg hij honger. Hij kwam in een meeuwenkolonie terecht, met een overvloed aan grote meeuweneieren.

Hij pakte er direct een paar en at ze rauw op. Daarna vulde hij zijn rugzak met eieren en trok verder.

De vele schreeuwende meeuwen trokken de aandacht van eierkoning Lille Peer, op wiens grondgebied de graaf was binnengedrongen. Bars en oneerbiedig riep de eierkoning: "Kom hier jij eierdief, je bent gearresteerd!!". De edelman werd razend een zei met ingehouden woede: "Ik ben vrijheer graaf Christian Ditlef Rantzau, bezitter van het graafschap Lvenholm. Ik ben hier op zoek naar 18 weggelopen boeren. Ik weet, dat in ieder geval n van hen hier naar Sylt is gekomen".

Zonder zich te laten imponeren, strekte de eierkoning zijn hand uit en voelde in de rugzak van Rantzau. Toen hij zag dat er gele eierdooier uit de tas lekte, riep hij: "Jij eierdief". Toen was het geduld van de edelman op. Hij trok zijn zwaard en haalde uit naar de onbeleefde Syltenaar en zou hem zeker zijn hoofd er hebben afgehouwen, als de andere hem niet voor was geweest en hem met een zware knuppel het zwaard uit handen had geslagen, zodat dat in het water viel. De ridder besefte dat hij ontwapend was, en nam de vlucht. Lille Peer riep hem na: "Lelijke eierdief en boerenkweller, waag het niet weer om op de Friese eilanden te komen. Hier geldt geen lijfeigenschap!".

Sren Nielsen, de weggevluchte boer, was intussen goed aangekomen en was al dicht bij de stad List. Hij vestigde zich op Sylt en voerde daarna het liefst de naam "Bitte Sren" (erg kleine Sren). Later ging hij naar zee en leerde in Mosum voor stuurman. Hij trouwde met Karen, de dochter van de eierkoning, die hij al op de eerste dag dat hij naar Sylt kwam, had ontmoet. Hij werd een gewaardeerde kapitein op een Flensburgs handelsschip en stief in 1779 in List, 91 jaar oud.

Voogd Ulv Jensen was de laatste autochtone eilandvoogd op Fr, waar hij in zijn eigen, met stro gedekte huis, in Ittersum woonde. Hij was een slimme man. In zijn tijd behoorde het eiland tot de stad Ribe. De prefect van Ribe had bevolen dat het eiland een extra belasting moest betalen en de voogd moest het geld in Ribe afleveren. Ulv Jensen had echter iets anders voor ogen. In plaats van belasting op te leggen, trok hij armzalige en haveloze kleding aan en beval zijn begeleider, een vertegenwoordiger van de bevolking, hetzelfde te doen en domweg z met hem naar Ribe te gaan. Ze kwamen midden in de nacht aan en Ulv Jensen eiste onmiddellijk een ontvangst door de prefect : "Zoals ik en mijn kameraad er uit zien, zo ziet het hele eiland er uit en wij kunnen en willen niet betalen", zo vervolgde hij. Op die wijze ontsnapte zijn eiland aan de belasting.